Stichting Herdenking Gesneuvelde Stoottroepers




                  Ereveld Stoottroepers

De herinnering aan de gesneuvelde stoottroepers




Suzanne Reuvers
Frans van der Horst
Sofie Mulders
Memory Lane
Dr. M. Eickhoff
Dr. R. Ensel
18-12-2009


Inhoudsopgave:

Inleiding

De plaatsing van de kapel in de historische cultuur

De ontwikkeling in herdenking

De Stichting als Mnemonic Community

Conclusie

Bibliografie

Bijlagen
2

4

8

11

14

15

17

Inleiding

Het regiment Stoottroepen werd op 21 september 1944 in Eindhoven opgericht in opdracht van Prins Bernhard. Het regiment was een samenwerking tussen verschillende gewapende verzetstrijders zoals de Ordedienst, de Landelijke Knokploegen en de Raad van Verzet.1 Deze troepen werden ingezet ter ondersteuning van de geallieerden in de bevrijding van Nederland boven de grote rivieren. In oktober van dat jaar werden de eerste stoottroepers gelegerd in Beneden-Leeuwen. Vanuit deze strategische positie, waar de scheiding lag tussen bezet en bevrijd gebied, konden zij het bevrijdingsproces versnellen. De strijd, die werd uitgevochten tussen oktober 1944 en mei 1945, eiste veel slachtoffers.2 De eerste gevallenen werden begraven in de tuin van klooster St. Elisabeth te Beneden-Leeuwen. In 1949 is in deze tuin een kapel gebouwd ter nagedachtenis aan de gesneuvelde stoottroepers. Later zijn een aantal van hen door familie herbegraven. Vanaf 1944 worden zij jaarlijks herdacht.

Historicus Kees Ribbens stelt in Een eigentijds verleden. Alledaagse historische cultuur in Nederland 1945-2000, dat er in Nederland talloze herdenkingen plaats vinden die zowel beroemde personen - politiek of cultureel verbonden - als indrukwekkende gebeurtenissen in het licht zetten. Een bekende plechtigheid is natuurlijk de herdenking aan de Tweede Wereldoorlog. Dergelijke herdenkingen zijn volgens Ribbens uitingen van de hedendaagse historische cultuur.
3 Dit begrip historische cultuur is volgens historicus Frank van Vree, 'een complex aan verschijningsvormen van het historisch besef, zoals de nostalgische koestering bij een familiestuk, een monument, de opgetekende herinneringen in de dorpskrant, een officiële herdenking, een gerestaureerd huis, een televisieprogramma, maar ook de wetenschappelijke studie, de conferentie en het onderwijsleerplan.'4 De herdenking van de gevallen stoottroepers is dus bij uitstek een voorbeeld van historische cultuur.

De eerste herdenking van de gesneuvelden vond plaats op 13 oktober 1946 in de tuin van het klooster.
5 Sindsdien wordt er ieder jaar op de tweede zondag van oktober een herdenkingsdienst gehouden om de herinnering aan de gesneuvelde stoottroepers levend te houden. Tijdens deze dienst worden de stoottroepers geëerd en herdacht door hun mede-stoottroepers, nabestaanden van gesneuvelden, inwoners van het gebied tussen Maas en Waal, genodigden en belangstellenden.

Hoe kan de herdenking van de stoottroepers gezien worden als uiting van de historische cultuur en welke invulling wordt hieraan gegeven? Is er een ontwikkeling te zien in de manier van herdenken rondom de stoottroeperskapel? Wat is de actuele betekenis van de stoottroeperskapel en de daaraan gekoppelde herdenking voor de herinneringsgemeenschap? In dit essay zullen wij aan de hand van het recente werk De dynamiek van herinnering. Nederland en de Tweede Wereldoorlog van historici Frank van Vree en Rob van der Laarse, de bestudeerde literatuur, websites en archiefmateriaal van de Stichting Herdenking Gesneuvelde Stoottroepers onderzoeken wat de betekenis is van deze kapel in Beneden-Leeuwen voor de samenleving en op welke manier de herdenking is veranderd.


1J.A.M.Janssen, Stoottroepen 1944-1984 (Utrecht 1984) 7.
2Ibidem, 43, 48.
3K. Ribbens, Een eigentijds verleden. Alledaagse historische cultuur in Nederland 1945-2000 (Hilversum 2002) 175.
4Frank van Vree, De scherven van de Geschiedenis. Over crisisverschijnselen in de hedendaagse historische cultuur. Achtste P.C. Hooftrede (Amsterdam 1998) 8.
5Archief Stichting Herdenking Gesneuvelde Stoottroepers, brief aan Z.K.H. Prins Bernhard, 12 september 1946.


§ 1 De plaatsing van de stoottroeperskapel in de historische cultuur

Frank van Vree en Rob van der Laarse hebben in hun werk, De dynamiek van herinnering. Nederland en de Tweede Wereldoorlog, onderzoek gedaan naar de verandering in de naoorlogse herinneringscultuur in Nederland en stellen dat het verleden 'levend' is, dat wil zeggen constant in beweging. De wijze waarop herinnerd wordt aan de Tweede Wereldoorlog is door de jaren heen veranderd en past zich aan het veranderende maatschappijbeeld aan. In de eerste decennia na de oorlog werd de Tweede Wereldoorlog vooral herdacht als nationale gebeurtenis. Nederland was na de onderdrukking en bezetting sterker geworden en meer verenigd. De herinnering aan de oorlog was nauw verweven met het traditionele politieke, nationale en religieuze vertoog. De nadruk werd vooral gelegd op het nationale heldendom, de nationale eer en opoffering, waarbij men het feit van miljoenen slachtoffers en doden, racistische vervolgingen, terreur en bombardementen buiten beschouwing liet.6 De herinneringscultuur gaf een eenzijdig beeld en hield vast aan 'het grote verhaal'. Vanaf de jaren zestig vond er een omslag plaats in de herdenking van en denken over de Tweede Wereldoorlog. De maatschappij veranderde en daarmee ook de traditionele historische cultuur. In deze nieuwe herinneringscultuur werd er afstand gedaan van de traditionele nationalistische en ideologische voorstellingen en kwam er meer aandacht voor de verscheidenheid. Het eenzijdige beeld maakte plaats voor een pluralistisch beeld. Belangrijk werd nu dat bevolkingsgroepen verschillende ervaringen hadden, die dus niet pasten binnen het 'grote geschiedverhaal'. Zo kregen slachtoffers hun eigen plek in het verhaal en werd de nazistische politiek onder de aandacht gebracht.7 Het idee van continuïteit en nationale eenheid berustte op een traditioneel beeld van het geïdealiseerde verleden en men kreeg in de jaren zestig steeds meer het besef dat de vervolgingspolitiek van de nazi's juist de zwakte liet zien van de traditionele waarden en normen van de nationale samenleving. De Tweede Wereldoorlog werd nu tot symbool verheven, waarmee men wilde breken.8

Deze omslag in de herinneringscultuur, is volgens de auteurs een moment in het proces van 'de dynamiek van de herinnering'. Dit proces is, zoals al eerder gesteld, voortdurend aan verandering onderhevig en geeft steeds een nieuwe interpretatie, vorm en betekenis aan het verleden.
9 In De scherven van de Geschiedenis. Over crisisverschijnselen in de hedendaagse historische cultuur. Achtste P.C. Hooftrede deelt Van Vree de ontwikkeling van de historische cultuur op in drie fasen. De eerste fase is de vroegmoderne of pre-moderne periode en begint eind achttiende eeuw. Dit is de fase waarin mythen en rituelen centraal staan. Hierin diende het verleden vooral als spiegel waaruit morele en politieke lessen konden worden getrokken. De tweede fase is de moderne periode vanaf de vroege negentiende en de twintigste eeuw, waarin de geschiedenis gepresenteerd werd als één lineair verhaal, de Geschichtliche Zeit. Deze periode is nauw verbonden met de nationale staat en grote politieke ideologieën. De laatste fase is de postmoderne periode, die vanaf de jaren zestig van de twintigste eeuw inzet. In deze fase gaan alle ideologieën, die in de negentiende en twintigste eeuw dominant waren, verloren. Er komt nu meer oog voor de kleine geschiedenissen, oftewel microgeschiedenissen. Het grote geschiedverhaal wordt gedeconstrueerd.10 In het geval van de stoottroeperskapel en het ereveld kunnen we de laatste twee periodes, de moderne en postmoderne aanhouden. De dynamiek die we terugvinden in de ontwikkeling in de historische cultuur vinden we op soortgelijke wijze terug in de herinneringscultuur.

De stoottroeperskapel en het ereveld werden gerealiseerd ter ere van de gevallen stoters en dienen als erebegraafplaats voor stoottroepers die vanaf de oprichting van het regiment in 1944 zijn gesneuveld. Historicus Rob van Ginkel stelt in De dodenakker van de 'Duivelsberg'. Symboliek, ritueel en ideologie rond een herdenkingsplaats, dat naties op verschillende, maar ook overeenkomende wijzen zijn omgegaan met gesneuvelde militairen van de Tweede Wereldoorlog. De erebegraafplaatsen, herdenkingen en gedenktekens zijn hier significante voorbeelden van. Volgens van Ginkel gaat het bij deze rituele en materiële omgangsvormen voornamelijk om culturele classificatie. Zaken als wie mag met wie worden begraven en welke plaats deze doden krijgen toegewezen, en vragen zoals op welke manier, wanneer en door wie er wordt herdacht spelen hierbij een rol.
11 Bij de stoottroeperskapel liggen de drie eerstgesneuvelde stoters begraven en er vindt jaarlijks een herdenking plaats om hen te herdenken. Tijdens de eerste herdenking werden aanvankelijk alleen de acht gesneuvelden van de 1ste Compagnie herdacht, maar dit veranderde al spoedig en het jaar daarop werden alle gesneuvelde stoottroepers geëerd. In de hoop deze herdenking jaarlijks te laten terugkeren werd op initiatief van de toenmalige kapitein Sjef de Groot het 'comité tot de bouw van het Herdenkingsmonument' opgericht. Dit monument diende 'ter oproeping van eerbied, stemmen tot nadenken en opwekken tot positieve daden voor ons vaderland'.12 Deze doelstellingen passen geheel in het beeld van de traditionele herinneringscultuur.

Het ereveld is een toonbeeld van christelijk nationalisme. Aan beide zijden van de ingang van de kapel zijn gedenkstenen geplaatst, in de voorgevel een steen met het embleem van de stoottroepen. Het monument is opgesierd met twee glas-in-loodramen (afb. 1.1) en een hekwerk met het woord Pax erin verwerkt. Al deze versieringen moesten bijdragen aan de nationalisering van het monument. Van Vree neemt het voorbeeld van het bevrijdingsglas van de Sint Janskerk in Gouda, ontworpen door Charles Eyck, en stelt dat deze voorstelling doordrenkt is van christelijke en nationale thema's. Het Goudse Bevrijdingsglas is volgens hem een voorbeeld voor de herinneringscultuur in Nederland tot de jaren zestig. Voorbeelden uit christelijke en klassieke repertoires met herkenbare symboliek werden graag gebruikt door opdrachtgevers, zoals: kruisen, feniksen, leeuwen, vlaggen, zwaarden, handen, bloemen, brandende toortsen, maar ook de vallende soldaat en de zegevierende mannen- en vrouwenfiguren.
13 Ook het ereveld in Beneden-Leeuwen symboliseert dat nationalisme dat volgens van Vree typerend is voor de herinneringscultuur van voor 1960. Zo staan rondom de kapel leeuwen, bloemen, vlaggen, religieuze kruisen, de heroïsche soldaat (soldaten) en een moeder met kind afgebeeld (afb. 1.1, 2.1-2.4) Daarnaast werden de wapens van de provincies Zeeland, Noord-Brabant, Limburg en Gelderland aangebracht in glas en lood. Vooral de twee glas-in-loodramen voldoen geheel aan de beschrijving van Van Vree.

De manier waarop de stoottroeperskapel in Beneden-Leeuwen is vormgegeven laat een duidelijk dominant vertoog zien over de oorlog en haar betekenis. De aandacht wordt gericht op de helden die zijn gevallen voor het vaderland. Het ereveld en de kapel zijn overladen met christelijke symboliek en metaforische rechtvaardigingen voor de gevallen slachtoffers. Dit offeridee verwijst, volgens van Ginkel, terug naar de Bijbel en verklaart de vele kruisen op de herdenkingsplek. Het wordt op deze manier als offerplaats gemarkeerd en in ruil voor het offer, ontvangen gesneuvelde militairen van de natie respect in de vorm van monumenten en het 'eeuwige graf'. Hier worden op vaste tijden herdenkingen gehouden en worden er kransen en bloemen gelegd, als dank- en eerbetuiging van de bevolking (afb. 2.2).
14 Van Ginkel stelt dat de oorlogsbegraafplaatsen ons eraan moeten herinneren dat de gesneuvelde militairen hun leven hebben opgeofferd, opdat wij in vrijheid kunnen leven. Het is daarom belangrijk deze begraafplaatsen in ere te houden. De gestelde omslag die plaatsvond in de herinneringscultuur in de jaren zestig, met de daaraan gekoppelde diversiteit en oog voor de kleinere verhalen, is in dit monument niet te herkennen. De nadruk wordt gelegd bij het 'grote verhaal' en de nationale gedachte. In de volgende paragraaf zullen wij aan de hand van archiefmateriaal onderzoeken of deze omslag wel zichtbaar is in de manier van herdenken.


6Frank van Vree, Rob van der Laarse, 'Inleiding' In: De dynamiek van herinnering. Nederland en de Tweede Wereldoorlog (Amsterdam 2009) 7.
7Frank van Vree, 'De dynamiek van de herinnering. Nederland in een internationale context' In: De dynamiek van herinnering. Nederland en de Tweede Wereldoorlog (Amsterdam 2009) 32-33.
8Ibidem, 34.
9Frank van Vree, Rob van Laarse, 'Inleiding' 8,12.
10Frank van Vree, De scherven van de Geschiedenis. 15, 20.
11Rob van Ginkel, 'De dodenakker van de 'Duivelsberg'. Symboliek, ritueel en ideologie rond een herdenkingsplaats' In: van Vree, van Laarse (red.), De dynamiek van herinnering. Nederland en de Tweede Wereldoorlog (Amsterdam 2009) 42.
12http://www.stoottroepers.nl/bossshgsx.html, geraadpleegd op 26-11-2009.
13Frank van Vree, 'De dynamiek van de herinnering' 23-25.
14Rob van Ginkel, 'De dodenakker van de 'Duivelsberg' 64.


§ 2 De ontwikkeling in herdenking

De gelederen van de veteranen van het eerste uur dunnen merkbaar uit. Op de volgende generaties rust daarom de taak om deze plaats van herdenken ook als ontmoetingspunt in ere te houden.15 Dit is een stelling die de Stichting Herdenking Gesneuvelde Stoottroepers gebruikt om hun rol en belang in de herdenking van de Stoottroepers aan te tonen. Deze duidt op de 'angst voor het grote vergeten' zoals ook gesteld door van Vree in de Dynamiek van de herinnering.16 Dit vergeten is een logisch gevolg van de vorderende tijd en het opeenvolgen van generaties, zo is de gedachte. Deze stelling is gebaseerd op de theorie van socioloog Maurice Halbwachs die stelt dat ons geheugen is gebaseerd op geschiedenis die wij hebben meegemaakt, in plaats van de geschiedenis die wij krijgen aangeleerd. Bovendien beperkt onze herinnering zich tot de band tussen generaties. De herinnering aan je opa die de Tweede Wereldoorlog heeft meegemaakt, vormt in dit geval jouw toegang tot het verleden. Halbwachs stelt dat deze overlevering maar over drie generaties mogelijk is, dus met het vorderen van de tijd zullen de herinneringen aan die tijd verloren gaan en dus vergeten worden.17 Van Vree stelt echter dat hier absoluut geen sprake van is: men is de oorlog niet vergeten, er is zelfs meer over te doen dan ooit tevoren.18 De grote verandering is het feit dat de herdenking van de ervaringsgeneratie plaats zal maken voor de herdenking door een jongere generatie, die andere vragen stelt en anders naar het verleden kijkt dan voorheen gedaan werd. Het beeld van de geschiedenis verandert en dit is dan ook waar de omslag in herinnering op gebaseerd is.19

In de vorige paragraaf is de theorie van Van Vree en Van der Laarse over de ontwikkeling die de herinneringscultuur heeft doorgemaakt al kort aan bod gekomen. Zij zien een omslag in de herinneringscultuur rondom de Tweede Wereldoorlog. Zo stellen zij dat de Nederlandse herdenkingen van kort na de oorlog nog sterk religieus waren in plaats van militair-ceremonieel. Dit was het gevolg van het niet bestaande militaire verleden van Nederland in de twintigste eeuw, (zoals dat in bijvoorbeeld Duitsland wel het geval was). De herdenking van de gesneuvelde stoottroepers op het ereveld in Beneden-Leeuwen balanceert tussen religieus, militair en civiel; een unieke combinatie in Nederland. De vorm van de herdenking is sinds de eerste herdenking in 1946, weinig veranderd. Het proces is tot in de details vastgelegd, voorheen in een programma nu in een draaiboek, en draagt dan ook bij aan de vorming van een jaarlijkse traditie. De herdenking, die ieder jaar op de tweede zondag van oktober plaatsvindt, bestaat uit drie delen: een kerkdienst, een stille tocht en een dodenherdenking (afb. 3.1-3.4).

De kerkdienst is onderdeel van het religieus civiele karakter en vanaf de eerste officiële herdenking werd verklaard 'dat wij [de Stichting Herdenking Gesneuvelde Stoottroepers] deze herdenking metterdaad wensen te houden in Christelijke Geest'.
20 Hoewel de herdenkingen in de naoorlogse jaren een meer militair en nationalistisch karakter kregen is het religieuze aspect van de herdenkingen blijven voortbestaan. Het christelijke karakter, genoemd in het voorgaande citaat, betrof in beginsel een verzuilde kerkdienst, maar werd in de jaren zestig omgevormd in een oecumenische dienst die plaatsvond in de parochiekerk te Beneden-Leeuwen.21 Deze religieuze omslag is de eerste verschuiving in herdenking.

De grote omslag die Van Vree en Van der Laarse zien vond eveneens plaats in de jaren zestig van de twintigste eeuw, maar betreft het nationalistische karakter van de herdenking. Dit nationalistische aspect ging steeds meer plaatsmaken voor een minder idealistisch geschiedbeeld. Men kreeg, volgens Van der Laarse en Van Vree, meer oog voor de slachtoffers en de overlevenden van (de) oorlog en de verschrikkingen die de bezettingsjaren met zich mee hadden gebracht. De herinnering werd meer divers waardoor er nu ook ruimte ontstond voor de herdenking van Joden en woonwagenbewoners. Daarnaast verschoof het perspectief van nationalisme en idealisme naar schuldgevoel. De gedachte achter de herdenking werd nu een morele les: dit mocht niet meer gebeuren.
22 In Beneden-Leeuwen wordt zowel de opoffering voor het vaderland als de verschrikking van de oorlog herdacht. Hoewel de gestorvenen nog steeds als helden vereerd worden ['dat zij niet vergeefs gestorven zijn'23], is er ook zeker oog voor de minder positieve kanten aan het heldendom van de stoottroepen, zoals de manier waarop zij terugkwamen uit de oorlog, vaak fysiek of psychisch beschadigd.

Dit sluit aan bij de derde verschuiving in de herdenking van de gesneuvelde stoottroepers: het diverser worden van de herinnering. Hoewel er nog steeds alleen oog is voor de herdenking van de stoottroepers is door de jaren heen het begrip 'gesneuveld' breder gedefinieerd. De definitie betrof allereerst de stoottroepers die 'als militair in overheidsdienst onder operationele omstandigheden om het leven zijn gekomen'.
24 De namen van de gevallenen worden tijdens de dodenherdenking op het ereveld opgelezen door de regimentscommandant. 's Ochtends tijdens de kerkdienst zijn dan al de namen van de (oudgediende) overleden stoottroepers opgelezen zoals dit in een reguliere katholieke kerkdienst ook gebruikelijk is. In 2005 is er echter nog een derde en vierde categorie van gesneuvelden aan toegevoegd die niet specifiek vermeld, maar wel herdacht worden. Deze bestaan uit de stoters die bij de voorbereiding op de operationele inzet om het leven zijn gekomen of invalide zijn geraakt evenals de degenen die psychische schade hebben opgelopen (afb. 1.2).25

Hoewel het format van de herdenkingsdienst al decennia onveranderd is gebleven, is er een ontwikkeling te ontdekken in de manier van herdenken, zoals gesteld door Van Vree en Van der Laarse. Er zijn drie verschuivingen te ontwaren in de herdenking van de gesneuvelde stoottroepers. Dit betreft een religieuze omslag, de groeiende aandacht voor slachtoffers die, buiten operationele omstandigheden zijn gesneuveld en de veranderende kijk op de Tweede Wereldoorlog: van nationalistisch en idealistisch naar een meer kritische en pluralistische visie. Hieruit blijkt dat de herinneringscultuur, zoals gesteld door Van der Laarse en Van Vree, inderdaad dynamisch is.


15Toespraak door W.J.M. de Kruiff, herdenking 11-10-2009.
16Frank van Vree, 'De dynamiek van de herinnering' 17.
17Robbert-Jan Adriaansen, Tussen ervaring en herinnering. Generaties en geschiedschrijving. Master Thesis maatschappijgeschiedenis (Rotterdam 2006) 77-78. http://oaithesis.eur.nl/ir/repub/asset/3749/tussen_ervaring_en_herinnering.pdf, geraadpleegd op 30-11-2009.
18Frank van Vree, 'De dynamiek van de herinnering' 17-19.
19Frank van Vree en Rob van der Laarse, 'Ter inleiding' 15.
20Archief Stichting Herdenking Gesneuvelde Stoottroepers, brief aan heer Kervel, 8 oktober 1948.
21Archief Stichting Herdenking Gesneuvelde Stoottroepers, programma 1968.
22Frank van Vree, 'De dynamiek van de herinnering' 39-40.
23Toespraak door W.J.M. de Kruiff, herdenking 11-10-2009.
24Mondelinge overlevering door de heer W.J.M. de Kruiff, Ermelo, 01-12-2009.
25Mondelinge overlevering van de heer W.J.M. de Kruiff, Ermelo, 01-12-2009


§ 3 De Stichting als Mnemonic Community

Een herinnering hoeft niet per definitie individueel te zijn. Ook een bevolkingsgroep of de aanhangers van een bepaalde religie kunnen dezelfde herinneringen delen. Doorgaans uit zich dit het meest evident op feest- en herdenkingsdagen. De van oorsprong Israëlische socioloog Eviatar Zerubavel onderzoekt in zijn monografie Time Maps. Collective Memory and the Social Shape of the Past de sociale structuur van de herinnering. Het feit dat een herinnering geen reproductie is van objectieve feiten, betekent volgens de auteur niet dat deze volledig subjectief is. Als voorbeeld geeft hij de Amerikaanse strijd tussen Eurocentristen en multiculturalisten. Dit zijn twee duidelijk te onderscheiden groepen, met een eigen collectieve visie op heden en verleden.26

De herinnering aan een collectief verleden heeft volgens Zerubavel een belangrijk aandeel in de totstandkoming van een sociale identiteit. Om dit soort herinneringsgemeenschappen te duiden, gebruikt de socioloog het begrip mnemonic communities. Deze communities roepen het verleden vaak collectief op. Hieruit blijkt dat de sociale omgeving niet alleen invloed heeft op wat er wordt herinnerd, maar ook wanneer dit gebeurt. Dit laatste noemt de socioloog mnemonic synchronization.
27 De herdenking van de stoottroepers is van dit proces een goed voorbeeld, omdat deze elk jaar plaatsvindt op de tweede zondag van oktober, omdat de eerste herdenking op zondag 13 oktober 1946 plaatsvond. Opvallend is dat de organisatie van deze dag niet onder leiding staat van de regimentscommandant, zoals dat bij andere regimenten wel het geval is. De plechtigheid wordt georganiseerd door een stichting, namelijk de in 1947 opgerichte Stichting Herdenking Gesneuvelde Stoottroepers (SHGS).28 Toch is het regiment vanaf begin af aan bij de herdenking betrokken geweest.

Naar aanleiding van de tekst van Zerubavel gaan wij nader in op de rol en betekenis van de stichting. Uit de statuten van de stichting blijkt dat zij drie uitgangspunten voor ogen heeft. Op de eerste plaats is het de bedoeling om de herdenking op een zo zinvol mogelijke wijze voort te zetten, naarmate de oorspronkelijke doelgroep uitsterft. Beëindigen van de herdenking wordt niet in beschouwing genomen. Ten tweede streeft de stichting ernaar het spontane en vrijwillige karakter van de herdenking in stand te houden, evenals - de derde doelstelling - het civiel-militaire karakter van de ceremonie.
29

Verder geeft de SHGS in de statuten een legitimatie voor het feit dat juist zij de jaarlijke herdenking organiseert en niet de Bond voor Oud-Stoottroepers en Stoottroepers (BOSS). Deze bond fungeert van oudsher als een belangenvereniging en zou minder status geven dan een aparte stichting. Ook het regiment zelf komt niet voor de organisatie in aanmerking, omdat het geen rechtspersoon is. Dit is een vereiste voor de pacht van het Ereveld en de Kapel. Tevens zou het niet wenselijk zijn, omdat het regiment rond deze dag niet inzetbaar zou zijn voor een eventuele uitzending.
30

Het is overduidelijk dat de stichting een belangrijke functie vervult in het oproepen en in stand houden van de gemeenschappelijkheid van de herinnering aan de stoottroepers. Dit blijkt onder meer uit een toespraak die dr. L.A.M. Goossens hield bij de herdenkingsplechtigheid in oktober 1984. Hij besloot met de opmerking 'Het is een dag met 'n hele aparte stemming, gekenmerkt door een eigen emotionaliteit en eigen religiositeit. Daar ervaren wij, dat we iets gemeenschappelijks hebben, dat ons - de levenden en de doden - samenbindt en bij elkaar doet horen: ervaringen en herinneringen aan elkaar en van elkaar, die tot basis van onderlinge verwantschap zijn geworden en die verder reiken dan de dood. Elk jaar is Leeuwen voor velen een gebeurtenis die ons persoonlijk diep aanspreekt.'
31 De nadruk in dit citaat ligt sterk op het collectieve aspect van de herinnering.

Tegelijkertijd probeert de stichting het natuurlijke verloop van de Oud-Stoottroepers te compenseren. Een belangrijk middel om dit te verwezenlijken is het steeds verder oprekken van de doelgroep. Oorspronkelijk werden enkel de stoottroepers herdacht, die gesneuveld waren tijdens de Tweede Wereldoorlog. Enkele jaren later zouden ook de omgekomen stoters uit Indië een belangrijke plaats gaan innemen. Zij maken tegenwoordig zelfs 95 procent van de belangstellenden uit.
32 In de loop der jaren is hier nog een aantal groepen aan toegevoegd, zoals degenen die sneuvelden in Bosnië en - meer recent - in Uruzgan. Zoals al eerder gesteld, is ook besloten om de militairen die tijdens niet-operationele omstandigheden om het leven kwamen te herdenken.33

Hieruit blijkt het geconstrueerde karakter van de herdenking. In zekere zin heeft de stichting 'profijt' van de actuele gebeurtenissen in Uruzgan, omdat zij hierdoor een hernieuwde aandacht kan realiseren voor de stoottroepers van het eerste uur. Wij zijn van mening dat de stichting kan worden beschouwd als een opzichzelfstaande mnemonic community, omdat zij grote invloed heeft op de wijze waarop de stoottroepers worden herdacht en wanneer dit gebeurt. Bovendien is het de stichting die bepaalt welke stoottroepers hier wel en welke hier niet voor in aanmerking komen. Hoewel de stichting tegenwoordig een bredere definitie van het woord 'gesneuveld' hanteert, werd een groot aantal stoters tot voor kort niet in de herdenking opgenomen.


26E. Zerubavel, Time Maps. Collective Memory and the Social Shape of the Past (Chicago/London 2003) 1-2.
27Ibidem, 3-4.
28J.N. Lodders, Van verzet naar rode baret (2e druk; Oss 2008) 48.
29http://www.stoottroepers.nl/bossshgsx.html, geraadpleegd op 24-11-2009.
30Idem.
31Toespraak van dr. L.A.M. Goossens op de 34e herdenking van de Stoottroepers in oktober 1984.
32http://www.stoottroepers.nl/bossshgsx.html, geraadpleegd op 24-11-2009.
33Mondelinge overlevering van de heer W.J.M. de Kruiff, Ermelo, 01-12-1009.


Conclusie

Officiële herdenkingen van (grote) gebeurtenissen uit het verleden zijn uitingen van de hedendaagse historische cultuur, zoals gesteld door Ribbens en Van Vree. De herinnering aan de Tweede Wereldoorlog is getransformeerd door de invloed van het veranderende maatschappijbeeld. In de eerste jaren na de oorlog werd de Tweede Wereldoorlog vooral herdacht als nationale gebeurtenis, als gebeurtenis waarin 'wij' hadden gezegevierd en waar Nederland sterker verenigd uit was gekomen. Men herdacht de helden die gestreden hadden voor het vaderland en die ons land een toekomst hadden gegeven. Deze manier van denken valt binnen de moderne fase van de historische cultuur, waarin men vooral oog had voor het grote verhaal en de grote ideologieën. De stoottroeperskapel en het ereveld in Beneden-Leeuwen zijn gerealiseerd in 1949 en daarmee een onderdeel van deze moderne fase. De grote ideologie van het christelijk nationalisme is duidelijk terug te zien in de vele ornamenten, uiteenlopend van leeuwen, wapens, kruizen, gedenkplaten en grootse glas- in- loodramen.

Pas in de jaren zestig vond er een omslag plaats. De moderne fase ging over in een postmoderne fase, waarbij meer oog was voor de verschrikkingen van de tweede wereldoorlog en de diversiteit van de gestorvenen. De helden van de oorlog werden nu slachtoffers. Ook in de herdenking van de stoottroepers in Beneden-Leeuwen is een dergelijke verschuiving waar te nemen, hoewel er geen sprake was van een abrupte overgang. Vanaf de jaren zestig is het begrip 'gesneuveld' breder gedefinieerd en worden niet alleen de slachtoffers uit de Tweede Wereldoorlog en Indië, maar ook de recentere slachtoffers [o.a. Bosnië en Uruzgan] herdacht. Een derde omslag die wel duidelijk in de jaren zestig plaatsvond is van religieuze aard. De voorheen verzuilde herdenking werd onder invloed van de ontkerkelijking en het Vaticanum II een oecumenische kerkdienst. Ondanks deze verschuivingen heeft de herdenking zijn traditionele, enigszins moderne karakter behouden.

De Stichting Herdenking Gesneuvelde Stoottroepers (SHGS) zet zich in voor de instandhouding van de herdenking en kan worden gezien als een mnemonic community. De belangrijkste doelstellingen van de stichting zijn het behouden van het civiel-militaire karakter en het zo zinvol mogelijk voortzetten van de herdenking. In hun ogen is het de taak van de nieuwe generatie om de herinnering aan de stoottroepers in ere te houden.


Bibliografie

Secundair

-

Adriaansen, R.J., Tussen ervaring en herinnering. Generaties en geschiedschrijving. Master Thesis maatschappijgeschiedenis (Rotterdam 2006) 77-78.
http://oaithesis.eur.nl/ir/repub/asset/3749/tussen_ervaring_en_herinnering.pdf (30-11-2009).

-

Janssen, J.A.M., Stoottroepen 1944-1984 (Utrecht 1984).

-

Ribbens, K., Een eigentijds verleden. Alledaagse historische cultuur in Nederland 1945-2000 (Hilversum 2002).

-

Vree, F., De scherven van de geschiedenis. Over crisisverschijnselen in de hedendaagse historische cultuur. Achtste P.C. Hooftrede (Amsterdam 1998).

-

Vree, F. en R. van der Laarse (red.), De dynamiek van herinnering. Nederland en de Tweede Wereldoorlog in een internationale context (Amsterdam 2009).

-

Zerubavel, E., Time Maps. Collective Memory and the Social Shape of the Past (Chicago/London 2003).

Sites

-

http://www.stoottroepers.nl

Bronnen

-

Toespraak door W.J.M. de Kruiff, herdenking 11-10-2009.

-

Mondelinge overlevering van de heer W.J.M. de Kruiff.


-

Archiefmateriaal afkomstig van de Stichting Herdenking Gesneuvelde Stoottroepers:

1)

Archief Stichting Herdenking Gesneuvelde Stoottroepers, brief aan Z.K.H. Prins Bernhard, 12 september 1946.

2)

Archief Stichting Herdenking Gesneuvelde Stoottroepers, brief aan heer Kervel, 8 oktober 1948.

3)

Archief Stichting Herdenking Gesneuvelde Stoottroepers, programma 1968.


Bijlagen








B E L E I D S N O T A

DE TOEKOMST VAN "BENEDEN-LEEUWEN"


1. Voorgeschiedenis
Anders dan bij de andere regimenten van de Koninklijke Landmacht is bij het Regiment Stoottroepen Prins Bernhard (RSPB) de herdenking van hen, die tijdens operationele inzet zijn omgekomen, in handen van een aparte stichting: de Stichting Herdenking Gesneuvelde Stoottroepers (SHGS).
Een sluitende verklaring hiervoor is moeilijk te geven: het is historisch zo gegroeid.
Het Regiment is van het begin af steeds bij de herdenking betrokken geweest in de vorm van een Ere-compagnie en een Saluutschotengroep. De Regimentscommandant houdt tijdens de herdenking het Dodenappèl.
De herdenking wordt jaarlijks gehouden op de tweede zondag in oktober, omdat de eerste herdenking op zondag 10 oktober 1945 plaats vond, zijnde de dag waarop in 1944 de 1e Compagnie van het Commando Brabant vanuit Eindhoven in Beneden-Leeuwen aankwam.
Uniek is ook het gemengd militair-civiele karakter van de ceremonie. Dit komt o.m. tot uitdrukking in de bloemlegging door de schoolkinderen, de slottoespraak door de Burgemeester van West Maas en Waal en in de muzikale ondersteuning door de plaatselijke harmonie. De aparte zelfstandige stichting en het militair-civiele karakter maakt het mogelijk hoge civiele en militaire autoriteiten bij de herdenking uit te nodigen. Ook hierin onderscheidt RSPB zich van andere regimenten.
Tijdens de eerste herdenking in 1945 werden alleen de in Beneden-Leeuwen gesneuvelde Stoottroepers herdacht. In 1946 gold dit voor alle Stoottroepers, ook zij die in het voormalig Nederlands-Indië waren omgekomen. Thans (2002) worden alle gesneuvelde Stoottroepers herdacht.
Vanaf de terugkeer van de laatste Stoottroepers uit Indonesië kreeg de herdenking een min of meer besloten karakter, althans er werden weinig of geen activiteiten ontplooid om de jongere generaties Stoottroepers (anders dan de Ere-compagnie en de Saluutschotengroep) er bij te betrekken.

2. Probleemstelling
Er zijn jaarlijks tussen de 600 en 750 belangstellenden op de herdenking aanwezig. 95% van hen is Indië-veteraan. Door natuurlijk verloop zal dit aantal binnen een aantal jaren (sterk) afnemen. De herdenking in zijn huidige vorm dreigt dan te verlopen en zal ten slotte gedoemd zijn te eindigen.
Om de zelfde redenen zal een einde komen aan de hand- en spandiensten voorafgaande aan en tijdens van het werkcomite bestaande uit een 15-tal leden van de BOSS-kring Maas en Waal.
Ook zal hieronder worden nagegaan of een stichting de meest aangewezen organisatievorm voor het organiseren van de jaarlijkse herdenking.

3. Organisatie
De voorbereiding en uitvoering is thans geheel in handen van de SHGS.
Voor de organisatie van de herdenking is een aparte stichting niet noodzakelijk. Het Regiment (RSPB bestaat thans uit 13 Infanteriebataljon en 11 Mortiercompagnie, beide gelegerd in Assen) en / of de BOSS zijn zeer wel in staat de herdenking te organiseren.
De "eeuwigdurende" pacht van het Ereveld en de Kapel (eigendom van de SHGS) vereisen echter een rechtspersoon.
Het Regiment is geen rechtspersoon en kan derhalve niet in het bezit zijn van eigendommen. Om die reden komt het RSPB als eventuele vervanger van de Stichting niet in aanmerking.
Om nog twee redenen is het minder gewenst om de herdenking door het Regiment te laten organiseren:

-

het gemengd civiel-militaire karakter van de herdenking zou daarmee verloren gaan (zie ook hieronder);

-

door operationele inzet (uitzending voor vredesoperaties) zou het Regiment niet beschikbaar kunnen zijn.

De BOSS is een rechtspersoon met statuten en zou als zodanig in aanmerking kunnen komen. In de statuten van de BOSS is opgenomen in artikel 1.6 VERWEZENLIJKEN VAN HET DOEL onder e. "medewerking verlenen aan officiële herdenkingen van gevallenen, in het bijzonder aan de jaarlijkse Dodenherdenking te Beneden-Leeuwen en Nuth".
De BOSS is echter primair een belangenvereniging en het is minder gewenst dat de jaarlijkse herdenking te Beneden-Leeuwen als een nevenactiviteit wordt georganiseerd. Een aparte stichting voor dit doel geeft meer status.

4. Continueren van de herdenking

a

Uitgangspunten

-

Voor iedere generatie (Oud-) Stoottroepers is het een kameraadschappelijke Ereplicht de Stoottroepers die tijdens een operationele inzet zijn omgekomen te blijven herdenken.
Beëindigen van de herdenking wordt derhalve niet in beschouwing genomen.

-

Het bijwonen van de herdenking dient zo veel mogelijk een spontaan en vrijwillig karakter te behouden.
Het verplicht stellen voor de actief dienende Stoottroepers van 13 Infanteriebataljon en 11 Mortiercompagnie in hun geheel blijft om die reden buiten beschouwing.

-

De ceremonie van de herdenking dient het gemengd civiel-militair karakter te behouden.

b

Mogelijkheden om het natuurlijk verloop van de oudste generaties Oud-Stoottroepers te compenseren

-

Het is niet bekend of het afnemend aantal bezoekers mogelijk ook wordt veroorzaakt door de toenemende leeftijd en de kans op slecht weer in begin oktober. Het is niet uitgesloten dat een tijdelijke toename van de ouderen mogelijk is als de herdenking zou worden verplaatst naar eind augustus / begin september.

-

Dutchbat 3
Het ligt voor de hand om hen die zich thans sterk betrokken voelen bij de beide in Bosnië gesneuvelde Stoters, Raviv van Renssen en Jeffrie Broere, als eersten te benaderen, t.w. leden van voormalig Dutchbat 3. Gezien de ervaringen met leden van dat bataljon tot nu toe op andere gebieden mag die verwachting niet te hoog zijn gespannen.

-

Andere (opgeheven) eenheden die in het verleden tot het Regiment behoorden: 313- 333-, 15- en 41 Bataljon Stoottroepen. Militairen van die eenheden, zowel beroeps als dienstplichtig, hebben anders dan als verplicht (lid van de Erecompagnie) nauwelijks aan de herdenking deelgenomen. Ook voor hen geldt dat geen grote toeloop moet worden verwacht.

-

13 Infanteriebataljon en 11 Mortiercompagnie Hoewel de actief dienende Stoters van deze eenheden duidelijk moet zijn dat aanwezigheid op de Dodenherdenking een zeer belangrijk aspect is van de traditiehandhaving, is er in dit verband toch een remmende factor.
Militairen in actieve dienst dienen bij een Dodenherdenking in uniform te zijn gekleed. Zouden vele actief dienende Stoottroepers in uniform gekleed de herdenking bijwonen, dan vraagt dat om een militaire regeling ter plaatse (aantreden, commando's etc). Het militaire element gaat dan overheersen, hetgeen -zoals hierboven werd aangegeven- als niet gewenst wordt beschouwd.
Mocht het militair element kwantitatief gaan overheersen dan zal -zoals al aangegeven- de ceremonie ook een overwegend militair karakter krijgen en zal het Regiment als organisator / gastheer moeten gaan fungeren. Het militaire protocol staat echter niet toe dat de commandant van een regiment hogere militaire autoriteiten uitnodigt. Afwezigheid van deze autoriteiten zou het aanzien / de waardigheid doen afnemen en de traditie van de herdenking geweld aan doen. Zeker als -als logisch gevolg daarop- ook de civiele autoriteiten en militair attachés niet meer worden uitgenodigd.
Om toch de actief dienende Stoottroepers meer bij de herdenking te betrekken, zonder het karakter van de herdenking geweld aan te doen, kan worden gedacht om naast de Regimentscommandant, de Ere-compagnie en de Saluutschotengroep jaarlijks een representatieve deputatie (B.v.: hoofden van stafsecties en van iedere compagnie de commandant, de compagniessergeant-majoor en vertegenwoordigers van de categorie officieren, onderofficieren, korporaals en soldaten) van het Regiment af te vaardigen.


5. Conclusies en aanbevelingen
De organisatie van het herdenken van de gesneuvelde Stoottroepers in handen laten van de SHGS.
De herdenking in zijn huidige vorm handhaven.
Een bewustwordingsactie ontplooien onder de Oud-Stoottroepers van na 1950 en hen daarbij trachten ervan te doordringen dat het hun morele plicht is de gesneuvelde Stoottroepers te blijven herdenken.
Het militaire element uit te breiden met een representatieve deputatie van het Regiment, zonder dat dit kwantitatief de overhand krijgt.
De leden van het werkcomité op kortere termijn gaan aflossen door jongere Oud-Stoters.


Vastgesteld door het bestuur van de Stichting Herdenking Gesneuvelde Stoottroepers tijdens de voorjaarsvergadering van 2003.

Laatste wijziging: 8 maart 2010