|
|
De herinnering aan de gesneuvelde stoottroepers |
|
![]() |
|
Suzanne Reuvers |
|
| Inhoudsopgave: |
|
|
Inleiding De plaatsing van de kapel in de historische cultuur De ontwikkeling in herdenking De Stichting als Mnemonic Community Conclusie Bibliografie Bijlagen |
2 4 8 11 14 15 17 |
Inleiding |
|
Het regiment Stoottroepen werd op 21 september 1944 in Eindhoven opgericht in opdracht van Prins Bernhard. Het regiment was een samenwerking tussen verschillende gewapende verzetstrijders zoals de Ordedienst, de Landelijke Knokploegen en de Raad van Verzet.1 Deze troepen werden ingezet ter ondersteuning van de geallieerden in de bevrijding van Nederland boven de grote rivieren. In oktober van dat jaar werden de eerste stoottroepers gelegerd in Beneden-Leeuwen. Vanuit deze strategische positie, waar de scheiding lag tussen bezet en bevrijd gebied, konden zij het bevrijdingsproces versnellen. De strijd, die werd uitgevochten tussen oktober 1944 en mei 1945, eiste veel slachtoffers.2 De eerste gevallenen werden begraven in de tuin van klooster St. Elisabeth te Beneden-Leeuwen. In 1949 is in deze tuin een kapel gebouwd ter nagedachtenis aan de gesneuvelde stoottroepers. Later zijn een aantal van hen door familie herbegraven. Vanaf 1944 worden zij jaarlijks herdacht. |
|
1J.A.M.Janssen, Stoottroepen 1944-1984 (Utrecht 1984) 7. |
|
§ 1 De plaatsing van de stoottroeperskapel in de historische cultuur |
|
Frank van Vree en Rob van der Laarse hebben in hun werk, De dynamiek van herinnering. Nederland en de Tweede Wereldoorlog, onderzoek gedaan naar de verandering in de naoorlogse herinneringscultuur in Nederland en stellen dat het verleden 'levend' is, dat wil zeggen constant in beweging. De wijze waarop herinnerd wordt aan de Tweede Wereldoorlog is door de jaren heen veranderd en past zich aan het veranderende maatschappijbeeld aan. In de eerste decennia na de oorlog werd de Tweede Wereldoorlog vooral herdacht als nationale gebeurtenis. Nederland was na de onderdrukking en bezetting sterker geworden en meer verenigd. De herinnering aan de oorlog was nauw verweven met het traditionele politieke, nationale en religieuze vertoog. De nadruk werd vooral gelegd op het nationale heldendom, de nationale eer en opoffering, waarbij men het feit van miljoenen slachtoffers en doden, racistische vervolgingen, terreur en bombardementen buiten beschouwing liet.6 De herinneringscultuur gaf een eenzijdig beeld en hield vast aan 'het grote verhaal'. Vanaf de jaren zestig vond er een omslag plaats in de herdenking van en denken over de Tweede Wereldoorlog. De maatschappij veranderde en daarmee ook de traditionele historische cultuur. In deze nieuwe herinneringscultuur werd er afstand gedaan van de traditionele nationalistische en ideologische voorstellingen en kwam er meer aandacht voor de verscheidenheid. Het eenzijdige beeld maakte plaats voor een pluralistisch beeld. Belangrijk werd nu dat bevolkingsgroepen verschillende ervaringen hadden, die dus niet pasten binnen het 'grote geschiedverhaal'. Zo kregen slachtoffers hun eigen plek in het verhaal en werd de nazistische politiek onder de aandacht gebracht.7 Het idee van continuïteit en nationale eenheid berustte op een traditioneel beeld van het geïdealiseerde verleden en men kreeg in de jaren zestig steeds meer het besef dat de vervolgingspolitiek van de nazi's juist de zwakte liet zien van de traditionele waarden en normen van de nationale samenleving. De Tweede Wereldoorlog werd nu tot symbool verheven, waarmee men wilde breken.8 |
|
6Frank van Vree, Rob van der Laarse, 'Inleiding' In: De dynamiek van herinnering. Nederland en de Tweede Wereldoorlog (Amsterdam 2009) 7. |
|
§ 2 De ontwikkeling in herdenking |
|
De gelederen van de veteranen van het eerste uur dunnen merkbaar uit. Op de volgende generaties rust daarom de taak om deze plaats van herdenken ook als ontmoetingspunt in ere te houden.15 Dit is een stelling die de Stichting Herdenking Gesneuvelde Stoottroepers gebruikt om hun rol en belang in de herdenking van de Stoottroepers aan te tonen. Deze duidt op de 'angst voor het grote vergeten' zoals ook gesteld door van Vree in de Dynamiek van de herinnering.16 Dit vergeten is een logisch gevolg van de vorderende tijd en het opeenvolgen van generaties, zo is de gedachte. Deze stelling is gebaseerd op de theorie van socioloog Maurice Halbwachs die stelt dat ons geheugen is gebaseerd op geschiedenis die wij hebben meegemaakt, in plaats van de geschiedenis die wij krijgen aangeleerd. Bovendien beperkt onze herinnering zich tot de band tussen generaties. De herinnering aan je opa die de Tweede Wereldoorlog heeft meegemaakt, vormt in dit geval jouw toegang tot het verleden. Halbwachs stelt dat deze overlevering maar over drie generaties mogelijk is, dus met het vorderen van de tijd zullen de herinneringen aan die tijd verloren gaan en dus vergeten worden.17 Van Vree stelt echter dat hier absoluut geen sprake van is: men is de oorlog niet vergeten, er is zelfs meer over te doen dan ooit tevoren.18 De grote verandering is het feit dat de herdenking van de ervaringsgeneratie plaats zal maken voor de herdenking door een jongere generatie, die andere vragen stelt en anders naar het verleden kijkt dan voorheen gedaan werd. Het beeld van de geschiedenis verandert en dit is dan ook waar de omslag in herinnering op gebaseerd is.19 |
|
15Toespraak door W.J.M. de Kruiff, herdenking 11-10-2009. |
|
§ 3 De Stichting als Mnemonic Community |
|
Een herinnering hoeft niet per definitie individueel te zijn. Ook een bevolkingsgroep of de aanhangers van een bepaalde religie kunnen dezelfde herinneringen delen. Doorgaans uit zich dit het meest evident op feest- en herdenkingsdagen. De van oorsprong Israëlische socioloog Eviatar Zerubavel onderzoekt in zijn monografie Time Maps. Collective Memory and the Social Shape of the Past de sociale structuur van de herinnering. Het feit dat een herinnering geen reproductie is van objectieve feiten, betekent volgens de auteur niet dat deze volledig subjectief is. Als voorbeeld geeft hij de Amerikaanse strijd tussen Eurocentristen en multiculturalisten. Dit zijn twee duidelijk te onderscheiden groepen, met een eigen collectieve visie op heden en verleden.26 |
|
26E. Zerubavel, Time Maps. Collective Memory and the Social Shape of the Past (Chicago/London 2003) 1-2. |
|
Conclusie |
|
Officiële herdenkingen van (grote) gebeurtenissen uit het verleden zijn uitingen van de hedendaagse historische cultuur, zoals gesteld door Ribbens en Van Vree. De herinnering aan de Tweede Wereldoorlog is getransformeerd door de invloed van het veranderende maatschappijbeeld. In de eerste jaren na de oorlog werd de Tweede Wereldoorlog vooral herdacht als nationale gebeurtenis, als gebeurtenis waarin 'wij' hadden gezegevierd en waar Nederland sterker verenigd uit was gekomen. Men herdacht de helden die gestreden hadden voor het vaderland en die ons land een toekomst hadden gegeven. Deze manier van denken valt binnen de moderne fase van de historische cultuur, waarin men vooral oog had voor het grote verhaal en de grote ideologieën. De stoottroeperskapel en het ereveld in Beneden-Leeuwen zijn gerealiseerd in 1949 en daarmee een onderdeel van deze moderne fase. De grote ideologie van het christelijk nationalisme is duidelijk terug te zien in de vele ornamenten, uiteenlopend van leeuwen, wapens, kruizen, gedenkplaten en grootse glas- in- loodramen. |
Bibliografie |
|
Secundair |
|
- |
Adriaansen, R.J., Tussen ervaring en herinnering. Generaties en geschiedschrijving. Master Thesis maatschappijgeschiedenis (Rotterdam 2006) 77-78. |
- |
Janssen, J.A.M., Stoottroepen 1944-1984 (Utrecht 1984). |
- |
Ribbens, K., Een eigentijds verleden. Alledaagse historische cultuur in Nederland 1945-2000 (Hilversum 2002). |
- |
Vree, F., De scherven van de geschiedenis. Over crisisverschijnselen in de hedendaagse historische cultuur. Achtste P.C. Hooftrede (Amsterdam 1998). |
- |
Vree, F. en R. van der Laarse (red.), De dynamiek van herinnering. Nederland en de Tweede Wereldoorlog in een internationale context (Amsterdam 2009). |
- |
Zerubavel, E., Time Maps. Collective Memory and the Social Shape of the Past (Chicago/London 2003). |
Sites |
|
- |
http://www.stoottroepers.nl |
Bronnen |
|
- |
Toespraak door W.J.M. de Kruiff, herdenking 11-10-2009. |
- |
Mondelinge overlevering van de heer W.J.M. de Kruiff. |
- |
Archiefmateriaal afkomstig van de Stichting Herdenking Gesneuvelde Stoottroepers: |
1) |
Archief Stichting Herdenking Gesneuvelde Stoottroepers, brief aan Z.K.H. Prins Bernhard, 12 september 1946. |
2) |
Archief Stichting Herdenking Gesneuvelde Stoottroepers, brief aan heer Kervel, 8 oktober 1948. |
3) |
Archief Stichting Herdenking Gesneuvelde Stoottroepers, programma 1968. |
Bijlagen |
|
![]() ![]() |
![]() |
| B E L E I D S N O T A DE TOEKOMST VAN "BENEDEN-LEEUWEN" |
1. Voorgeschiedenis |
|
- |
het gemengd civiel-militaire karakter van de herdenking zou daarmee verloren gaan (zie ook hieronder); |
- |
door operationele inzet (uitzending voor vredesoperaties) zou het Regiment niet beschikbaar kunnen zijn. |
De BOSS is een rechtspersoon met statuten en zou als zodanig in aanmerking kunnen komen. In de statuten van de BOSS is opgenomen in artikel 1.6 VERWEZENLIJKEN VAN HET DOEL onder e. "medewerking verlenen aan officiële herdenkingen van gevallenen, in het bijzonder aan de jaarlijkse Dodenherdenking te Beneden-Leeuwen en Nuth". |
|
a |
Uitgangspunten |
- |
Voor iedere generatie (Oud-) Stoottroepers is het een kameraadschappelijke Ereplicht de Stoottroepers die tijdens een operationele inzet zijn omgekomen te blijven herdenken. |
- |
Het bijwonen van de herdenking dient zo veel mogelijk een spontaan en vrijwillig karakter te behouden. |
- |
De ceremonie van de herdenking dient het gemengd civiel-militair karakter te behouden. |
b |
Mogelijkheden om het natuurlijk verloop van de oudste generaties Oud-Stoottroepers te compenseren |
- |
Het is niet bekend of het afnemend aantal bezoekers mogelijk ook wordt veroorzaakt door de toenemende leeftijd en de kans op slecht weer in begin oktober. Het is niet uitgesloten dat een tijdelijke toename van de ouderen mogelijk is als de herdenking zou worden verplaatst naar eind augustus / begin september. |
- |
Dutchbat 3 |
- |
Andere (opgeheven) eenheden die in het verleden tot het Regiment behoorden: 313- 333-, 15- en 41 Bataljon Stoottroepen. Militairen van die eenheden, zowel beroeps als dienstplichtig, hebben anders dan als verplicht (lid van de Erecompagnie) nauwelijks aan de herdenking deelgenomen. Ook voor hen geldt dat geen grote toeloop moet worden verwacht. |
- |
13 Infanteriebataljon en 11 Mortiercompagnie
Hoewel de actief dienende Stoters van deze eenheden duidelijk moet zijn dat aanwezigheid op de Dodenherdenking een zeer belangrijk aspect is van de traditiehandhaving, is er in dit verband toch een remmende factor. |
5. Conclusies en aanbevelingen |
|
Laatste wijziging: 8 maart 2010 |
![]() |